NederlandsEnglish

Wat ouders en kind willen is net zo belangrijk als wat een kind kent en kan!

Geplaatst op 1 september 2017

Ik wil beginnen met het volgende praktijkvoorbeeld: jongeman slaagt cum laude voor zijn VMBO. Wordt hem gevraagd, waarom koos je destijds niet voor de HAVO. Zijn antwoord wat hij in het radio-interview gaf: “Mijn CITO-score was te laag”. 
Zo gaat dat vaak. De leerling aan het eind van de basisschool heeft een bepaald niveau bereikt op het gebied van rekenen en taal. Zijn leraar geeft op grond hiervan een advies. Een advies dat ook nog eens bevestigd kan worden door een af te nemen schoolvorderingentoets, zoals bij voorbeeld de CITO-toets.
Is deze manier van adviseren terecht?

We staan immers graag stil bij de wezenlijke voorspellers van een goede, verantwoorde schoolkeuze.
Ondergetekende promoveerde destijds op dit thema aan de Universiteit van Amsterdam.
Hij onderzocht de schoolloopbaan van een kleine 2000 leerlingen in het secundair onderwijs, ruim zes jaar na hun schoolkeuzeadvies, op factoren die essentieel zijn voor het realiseren van schoolsucces.

Hij ontdekte het volgende.
Elk jaar is het schoolsucces voor meer dan 90% goed te voorspellen, op grond van:

a) Zowel de kennis van taal en rekenen, maar zeer zeker ook het niveau van de verbale (taalkundige) intelligentie.
b) De schoolkeuzevoorkeur van het kind.
c) De schoolkeuzevoorkeur van de ouders (welk aspect bij nader onderzoek aan de schoolkeuzevoorkeur van het kind vooraf bleek te gaan en dit ook in zeer grote mate bepaalde).

Factoren als inzet en faalangst bleken nauwelijks van toegevoegde waarde voor wat betreft de voorspelbaarheid van schoolsucces. Wat kunnen we hieruit concluderen?
- Het op de basisschool geleerde is zonder meer een belangrijk gegeven.
- Maar ook de verbale intelligentie is in voorspellende zin van wezenlijk toegevoegde waarde.
- Wat ouders en kind ambiëren is net zo belangrijk als de vorige twee aspecten bij elkaar. Met nog eens het zwaartepunt op de wensen vanuit de ouders.
- Persoonlijkheidsvariabelen geven geen extra aanleiding om een advies bij te stellen.

Mede daarom wordt er ook voor gepleit om met name de verbale intelligentie te meten en mee te nemen in de schoolkeuzeadvisering na de basisschool.
Een uitgebreidere toets dan nu het geval is, is nodig. Deze moet dus zowel het eindniveau meten qua taal en rekenen, maar zeer zeker ook het verbale denkvermogen.
Daarnaast is een goede keuzebegeleiding van ouders c.q. hun kind van groot belang. Wat zij qua schoolkeuze verlangen (zowel naar boven als naar beneden toe bezien) is namelijk even belangrijk als de kennisfactor!
Aldus wordt stap-voor-stap op verantwoorde wijze de overgang van het basis- naar het voortgezet onderwijs voorbereid. Er ontstaat al doende steeds meer zicht op een zo ‘passend’ mogelijke schoolkeuze, ten gunste van een harmonische ontwikkeling van het kind.
Het bepalen van de schoolkeuze is dan niet langer een doorhakken van een ‘gordiaanse knoop’ met alle gevolgen vandien, maar vindt plaats op basis van een nauwkeurig ontwarren van het keuzeproces.

 

 

Geïnteresseerd? Wilt u meer weten over dit onderwerp?

Bel of mail dan even dr. René Jansen.